Drie dagen leven als non

Daar ga ik. Naar stilte. Leegte. Eenvoud. Regelmaat. Naar saai...? Ik ben wel vaker in retraite geweest. Retraites met een boeddhistisch sausje. Om stil te zijn, pas op de plaats te maken, van "human-doing", naar meer "human-being". Op verre reizen bezoek ik regelmatig boeddhistische kloosters. Ik word blij van een lachende, kale, dikbuikige monnik. In katholieke kloosters kwam ik als kind op bezoek bij tante Non. Als zij lachte dan kroop ik dichter naar mijn moeder toe. Niet dat het hielp, aan de kus en knuffel ontkwam ik niet. Tante Non oogde vreemd met haar habijt en kap. Is wat van ver komt beter? Dwingen vreemde ogen meer om stil te staan? De verkoopcijfers vallen in het voordeel van het boeddhisme uit. De gebedsarmband versus de rozenkrans. Beide hebben een vergelijkbare functie en uiterlijke verschijningsvorm. Kralen die door vingers glijden bij het gebed. De boeddhistische gebedsmantra: AUM MANI PADME HUM, “Groet aan de parel in de lotus van mijn hart.” En het Onzevader, “Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij ook anderen hun schuld vergeven”. Het zijn beide gebeden met een diepere laag. Hoeveel anders is de stilte hier, dichtbij huis, in een katholiek klooster?

De poort opent zich. Ik word hartelijk ontvangen door zuster Imme. Kopje koffie geserveerd in Brabants bont met peperkoek. Smaakt toch beter dan jakthee. :) Al snel praten we over de innerlijke reis naar je Zijn. Over zoeken en twijfels. In het dagelijkse leven gaat het te vaak over: wat doe je? Hier gaat het over: wie ben je? De uitspraak: "moeten ontdoen van moeten is ontmoeten" vliegt in mijn gedachte voorbij. En ook de uitspraak waar mijn dochter mee thuis kwam uit de filosofieles: "maak van een uitroepteken vaker een vraagteken". Met deze zinnen ga ik de stilte in. Om 12 uur is er een dienst met gezang door 13 zusters en 2 gasten. Ik luister, sluit mijn ogen en adem in en uit. Laat gedachten zoveel mogelijk vervliegen. We schijnen 52 gedachten per minuut te hebben. Als ik er al aan denk word ik moe. Hoe oud zou die zuster zijn? Moet ik nu ook knielen? Enz. enz.

Zuster Paula is jarig vandaag, haar cadeau is dat zij mag bepalen wat het middagmaal is. Het wordt frietjes, bamihap en sla. Bij haar bord staan uit de tuin geplukte bloemen en ze krijgt een extra toetje. We eten in stilte, geen sociaal gedoe. En dan valt het me op dat lepels en vorken erg veel lawaai maken. Ik ga verder de stilte in... Probeer onder de 52 gedachten per minuut te komen.

De avond valt. Ik dwaal door de kloostertuin. Heel rustig, stap voor stap. Een tred waarmee ik in mijn dagelijkse leven vreemde blikken zou oogsten. Ik luister naar het geknars van de kiezelstenen onder mijn schoenen. Ik zie dat moeder eend alle tijd en aandacht heeft voor de zwemles met haar kuikens. Kun je jaloers worden op een eend? Op een poes die heerlijk ligt te knorren, oké, maar op een eend? Ik kijk nog een keer. Ja het kan!

Terug naar binnen. Ik duw de klink naar beneden. Er gebeurt niks, deur op slot. Weg rust. De deur zou pas om 21.00 uur dicht gaan. Het is nu 20.30 uur. Ik tik op de ramen. Stil, muisstil. Dit is de stilte waar ik naar verlang, maar niet NU. OK, rustig blijven. Adem in, adem uit. Heel zachtjes hoor ik gezang uit de kapel. Daar gaat mijn avondafsluiting! Het komt goed, ze zullen mij hier niet buiten laten, toch..? Na een half uur komt een zuster voor de laatste check. Glimlachend zegt ze sorry.

Wakker worden in een echt kloosterdorp, omgeven door groen en hemelsblauw. Er hangt een deken van rust over het dorp van de zusters Clarissen en van de minderbroeders Franciscanen. Het enige wat de gemeenschap opschudt is als er een auto passeert over de bestrating met kinderkopjes. Met het monotoon melodieus ochtendgezang in de kapel is het heerlijk wakker worden. De banken staan in een U-vorm. De zusters zingen tegenover elkaar om de beurt een vers. Het ritme van adem in, adem uit. Hier voelt tijd tijdloos.

Wat doet stilte met me? Het is wonderlijk dat 'niet-doen' hier zoveel rust geeft. Thuis geeft het mij vaak onrust. En nee het is niet saai! Eten in stilte, heerlijk en lekker. Zo veel mogelijk ingrediënten komen uit de eigen biologische tuin. Zuster Chiari heeft een kookboek geschreven, 'gezond leven, bezield eten'. Eén recept wil ik jullie niet onthouden, dat heet de 'Nonnevot',een Limburg recept. Voor de niet-Limburgers onder ons: vot betekent kont.

Gisteravond heeft zuster Paula mij ingewijd in de christelijke meditatie. Zittend in een kring op een meditatiekussen, kaarsjes aan. Haar warme, rustige stem leidt ons. We aarden via de bodyscan in ons lichaam. Adem in, adem uit. Tot zover bekend terrein voor mij. Dan leest zuster Paula voor uit het testament en komt Christus aan bod. Mijn ademhaling stokt. Ik ben niet christelijk, wat moet ik met dit verhaal? Even raak ik in verwarring. Als ik ruimer luister, zak ik weer in de ruststand. Luisteren, zonder oordeel en verwachtingen, geeft ruimte. Wat zijn er toch veel momenten dat je weer teruggaat naar start. Het leven is net ganzenborden. Gastzuster Imme vertelt een mooi verhaal, dat me aan het boeddhisme doet denken. Een zuster heeft een meningsverschil met een andere zuster. Ze kijkt naar boven en zegt: “kijk naar die dwarsbalken in het plafond, zij zijn nodig om het geheel te dragen”. In het boeddhisme zeggen ze: “omarm de rebel in een groep, hij is nodig om je geest te scherpen”. Er zijn genoeg ja-knikkers in het leven.

De slotzusters leefden 50 jaar geleden letterlijk achter tralies en muren. Ze ontvingen zelden bezoek en het familiebezoek werd gescheiden door een tralievenster. De zusters mochten het klooster nooit verlaten. Hoe anders is het nu. De gasten eten samen met de zusters en mogen de vijf maal per dag hun gebedsdienst bijwonen. Natuurlijk wel in stilte. De zusters leven van de hostiebakkerij, gasten en giften. De Clarissen nu zijn bij de tijd, maar niet aangepast aan de tijd. Dat maakt deze bezinningsplek ook bijzonder. Retraite is afwikkelen van een ingewikkeld patroon in jezelf. Zuster Chiara zei in Trouw: “ al roerend in de pap kan ik God beleven”. Ik zeg “al roerend in mijn ziel hoop ik mezelf meer te ontmoeten”. Misschien bedoelen we in wezen hetzelfde.

Ik fiets terug naar huis en kijk uitgebreid om me heen. Ik heb geen haast. Ik koester bezinningsplekken en heb de zusters in mijn hart gesloten. Weinig gedacht aan mijn to-do lijstjes, die kolkende rivier in mijn hoofd. Nog 30 kilometer trappen onder een bewolkte hemel. Een zuster zou voor me bidden dat het droog bleef. Na 20 km pakken de wolken zich echter samen en moet ik aan het hemelse nat geloven. Zou de zuster een tukje doen?


Recent Posts
Archive

© 2016 BIRGITTA HERMANS